PLAN  B OPINIE   <   >
english
schuiven we de Volkstuin als tweede typologie naar voor. Deze is divers, kleinschalig - daardoor betaalbaar - en ontstaat onder de vleugels van de zelfgenoegzaamheid. Men bouwt wat nodig en breekt af wat overbodig is. Een volkstuin is dus nooit te klein of te groot, maar altijd op maat. Dus hoe je het ook draait of keert, hij is en blijft dat kleine dorp in de schaduw van grootstedelijke structuren.
Het is niet de kolossale stads­ontwikkeling waarbij funderingspalen in de grond worden geramd, waarop vervolgens een navenant grootschalig gebouw wordt geplaatst, maar het is een ontwikkeling die - net als een dorp - uit de kleinste bouwsteen ontstaat. Namelijk één kamer. Voor het dorp was dit de herberg of de kerk, voor de volkstuin de werkplaats, groenkas of het tuinverblijf en voor dit model, de studentenkamer.

Beiden, zowel het containerdorp als de volkstuin zijn een gevolg van de groeiende vraag naar ruimte binnen overvolle steden. Het containerdorp voorzag met sneltempo in extra huizen, terwijl de volkstuin de bewoners van alsmaar kleinere niet grondgebonden appartementen met een eigen tuin plezierde.
Echter, zonder beschikbare grond was de uitvoering van deze ideëen schriel onmogelijk geweest en waren beide projecten misschien nooit meer dan een paar pagina's in stoffige boeken over sociale architectuur of stedenbouw geworden. Het was economische stagnatie die op talloze punten braakliggende terreinen opleverde, waarvoor men als invulling de volkstuin boven de totale leegte verkoos. Van permanente toewijzing was op dat moment nog geen sprake.

Toch heeft de volkstuin - waar de vooropgestelde tijdelijkheid van het containerdorp nooit werd bevochten - wel vaste voet aan de grond gekregen! De volkstuin had duidelijke rechten verworven. Zo stonden de vele bouwstijlen, materiaalkeuzes en de enorme buitenruimtes nooit ter discussie; En waar uitsluitend gelijk-vloers bouwen zoveel als verkwisting en rampzalig grondgebruik betekende is de volkstuin ook aan dit econo­misch paradigma ontsnapt.
Was dit omdat men de vele verhalen die er zijn geschreven met geen enkele rede nog van tafel kon vegen? Of was de schaal - nooit groter dan een tuinhuis - bepalend om onder alle radars van de stedenbouwkundige regelgeving te manouvreren?
In ieder geval had de volkstuin in tegenstelling tot het containerdorp zijn ziel gevonden en als stedelijke vrijbuiter en beheerder van braak­liggende gronden een reden aan zijn bestaan gegeven.

De volkstuinen zijn nu niet langer uit steden weg te denken. Om er toegang tot te krijgen is er zelfs sprake van
eiffel
Financiële groeicurve, voor en na invoering van het financieringsmodel met huisvesting. Onder de nullijn krijg je de situate van steeds opbouwende schuld zoals dit nu het geval is, boven de nullijn de gewenste situatie. Hierbij springt vooral de grens bij afstuderen - na gemiddeld vier jaar - in het oog. Er vind een kapitaalvergroting plaats. Dit kan door verkoop van de starterswoning of na uitbreiding van de huidige woning.
enorme wachtlijsten. Wat het belang van braakliggende gebieden en de invulling ervan nog maar eens onderlijnd! Het zijn de Wachtgronden op de toekomst, het contragewicht voor de dicht bepakte steden.
Een prachtig voorbeeld is "Limiet Limite". Een ontwikkelingsinitiatief voor de Brabantwijk in Brussel dat in 1999 werd opgetrokken. Een negen meter hoog transluscent paviljoen dat er tot 2004 bleef staan. Het moment waarop het plaats moest maken voor permanente bebouwing. In de tijd dat "Limiet Limite" bestond had het voor de Brabantwijk een enorm netwerk opgebouwd en wegens succes als erfenis achter gelaten. Het paviljoen werd ontmanteld, verscheept naar Belfast om er als "Relimite" lokale kunstenaars de ruimte te geven.
Het illustreert de vrijgekomen kracht wanneer steden ontheffing voor dergelijke initiatieven verlenen. Zo is ook de volkstuin en in mindere mate het containerdorp er gekomen. Welliswaar niet als "Limiet Limite" in het hart van de stad, maar aan de rand of net er buiten.

Nu zien we steeds meer blinde vlekken in nabijheid van stadscentra opduiken. Deze braakliggende percelen zijn kleiner dan voorheen. Zie het als: gronden in crisis van een nieuwe generatie die zonder programma in het niets verdwijnen. Het zijn happende leegtes die als een besmetting door de stad verspreiden. Met het onkruid als schaamgroen en hoopjes afval zijn het de gronden waarmee geen enkele stad geassocieerd wil worden. Toch zijn ze gedoogd en daarmee een feit.

Het zijn keine wachtgronden die dui­de­lijk om beheer vragen. Hiermee is het laatste stuk van de puzzel gelegd
interieur

Barak W is de starterswoning op maat! Deze studentenwoning is uitgerust met een kookaanrecht, douche, eetruimte voor vier en twee persoonsslaapvertrek. Na verloop van tijd kan men de woning met andere modules uitbreiden.

startwoning
om zo de student definitief van zijn financieel isolement te bevrijden. Hij wordt de sleutelfiguur van een bottom­up stedelijke ontwikkeling, waar­bij hij als beheerder van verstootten wacht­gronden gaat fungeren.
In ruil hiervoor krijgen hij en zij een woning en opnieuw de tijd om te studeren. Bovendien krijgen ze de mogelijkheid om volledig aan een stad te binden en de opmaat naar een permanent verblijf. Hiermee is ook de ontbrekende sport naar de vast­goed­markt hersteld.
Voor de stad zijn deze jonge bewoners meer dan concierges die zich met ziel en verantwoordelijkheid aan een wijk zullen binden. Ze bezitten vooral kennis en nieuw talent die je als stad moet omarmen. Zoals grote schrijvers, filosofen, kunstenaars van welleer hun huis of werkkamer pal in het centrum kregen, zo moeten steden de talenten van nu nieuwe mogelijkheden geven.
Studenten zijn het product van de kenniseconomie en moeten terug de hoeksteen van stedelijke ontwik­kelingen worden. Deze ambitie kan je alleen kracht bij zetten als je de student volwaardig en niet half gaat beschouwen.

Dus niet alleen bij de overheid moet dit model als muziek in de oren klinken. Ook bij steden, bedrijven en wooncorporaties moet dit grote ogen gooien. Allemaal kunnen ze een bijdrage leveren om het studeren opnieuw te faciliteren.
Decennia terug kreeg het 'wonen' vorm met fabriekswijken, nu kan het studeren zich in dit model kopiëren. Iedereen moet in de kenniseconomie investeren zodat studieschuld een schim wordt van het verleden!

bv